Wet langdurige zorg loopt mogelijk vertraging op


Er is een reële kans dat de Wet langdurige zorg (Wlz), de vervanger van de Algemene Wet Bijzondere Zorg (AWBZ), vertraging oploopt. Dat blijkt uit een verklaring van staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid. Volgens hem zou – als de Eerste Kamer de Wet langdurige zorg niet voor het zomerreces goedkeurt – er vertraging kunnen optreden voor de invoering van de wet.
 
Dat betekent dat de wet die de opname in verpleeghuizen gaat regelen voor mensen die 24 uur hulp nodig hebben, mogelijk in gevaar komt. Dat schrijft het Ouderenjournaal.

Uitstellen
Volgens het Ouderenjournaal zou de Wet langdurige zorg nu kunnen worden uitgesteld naar 1 januari 2016. In de tussentijd zou er dan een noodwet komen die er voor zorgt dat alle voorbereidingen voor de invoering van de wet getroffen kan worden.
 
Het Centraal Indicatie Orgaan Zorg, dat de indicaties voor opname en hulp via de AWBZ regelt, zal in de toekomst minder belangrijk worden. Waarschijnlijk zullen er zeshonderd banen verdwijnen bij het orgaan.
 
AWBZ
De Wet langdurige zorg moet de huidige AWBZ per 1 januari 2015 gaan vervangen. Alleen nog de meest langdurige zorg wordt dan nog vergoed vanuit de nieuwe wet. De kwaliteit van het leven voor ouderen en gehandicapten moet gegarandeerd worden via deze nieuwe wet.
 
Met de overheveling van de AWBZ naar de Wlz gaat een besparingen van honderden miljoenen euro’s gepaard. Het is een onderdeel van een nieuw verzameling aan nieuwe wetten, zoals bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de aangepaste Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Jeugdwet.
 
Zo wordt bijvoorbeeld de geestelijke gezondheidzorg naar de Wmo overgeheveld en moeten jongeren die te kampen hebben met dyslexie per 1 januari 2015 aankloppen bij de gemeente.
 
Zorgverzekeringswet
Vanaf 1 januari 2015 zal de langdurige geestelijke gezondheidszorg inclusief opname tot drie jaar vergoed worden via de herziene Zorgverzekeringswet. De zorgverzekeraar wordt vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor het vergoeden van deze zorg.
Door: Dennis de Wit