Spaarders maken zich zorgen om afwaarderingen


Onlangs verlaagde kredietbureau Moody’s de kredietwaardigheid van de Rabobank, ING, ABN Amro, SNS Bank en de LeasePlan Bank. Een reden voor spaarders om zich zorgen te maken. De Rabobank werd afgewaardeerd naar de Aa2-rating, de ING naar de A2-rating en de LeasePlan Bank en de SNS Bank kregen de Baa2-status; twee treden verwijderd van de ‘junkstatus’. Dat baart spaarders bij deze banken grote zorgen.

De functie van status
De ratings van kredietbeoordelaars geven een inschatting aan of banken op lange termijn hun schulden kunnen afbetalen. Voor banken worden obligaties en spaargeld als schulden gezien. Als een beoordelaar de kredietstatus van een bank verlaagd heeft, kan dat leiden tot een lagere spaarrente. Maar er bestaat geen direct verband tussen het verlagen van de sparrente als gevolg van de verlaging van de kredietstatus.

Spaargeld
Het wordt voor banken duurder om geld te lenen op de kapitaalmarkt wanneer zij afgewaardeerd worden door kredietbureaus. De indicatie is immers dat het risicovoller wordt om deze banken geld te lenen. Daardoor moeten banken een hoge rente betalen voor het lenen van het geld op de kredietmarkt.

Een andere manier voor banken om krediet te financieren is het gebruiken van spaargeld van klanten. Maar daar staat vaak een hoge rente voor de spaarders tegenover. Spaarders maken zich zorgen omdat er vaak niet voor deze weg gekozen wordt. Toen eind 2011 het onderlinge vertrouwen onder banken weer flink afnam, kregen banken in Zuid-Europese landen driejarige leningen, goed voor zo’n 1.000 miljard euro. Daardoor stegen de spaarrentes niet, maar daalden deze juist.

Vergelijken
Er is geen direct verband tussen ratings van kredietbureaus en spaarrentes. Toch schommelen de spaarrentes behoorlijk in economisch slechte tijden. Vergelijk spaarrentes voor een actueel overzicht van de huidige spaarrentes.

Door: Riccardo de Wit