Spaarders lijden verliezen


Spaarders met een vrij opneembare spaarrekening verliezen gemiddeld een half procent aan spaargeld. Alleen voor spaarders met een langlopende deposito geldt dat zij meer rendement kunnen behalen. De lagere opbrengsten op vrij opneembare spaardeposito’s zijn het gevolg van steeds verder dalende spaarrentes en de toename van inflatie.

Lagere spaarrentes
Begin dit jaar stond de spaarrentestand nog op een gemiddelde van 2,4 procent. Binnen enkele maanden is de spaarrente afgezwakt naar 2,1 procent.

Deze lagere spaarrentes hebben te maken met de inflatie die op dit moment op 2,3 procent ligt. Dit houdt in dat ons geld 2,3 procent minder waard wordt.

Inflatie houdt in dat consumenten minder kunnen kopen van dezelfde hoeveelheid geld. Sparen kan deze zogenoemde geldontwaarding niet verhelpen, waardoor spaarders gemiddeld 0,2 procent mislopen.

Spaarbanken
Binnen Nederland zijn er slechts weinig banken die een hogere spaarrente hebben dan 2,3 procent. In België biedt een enkele spaarbank nog 2,65 procent rente.

Volgens experts is het vastzetten van spaargeld op een langlopende deposito nog wel lonend. Daarom is het momenteel verstandiger om het spaargeld weg te zetten op een deposito met voorwaarden.

Vermogensbelasting
De verliezen worden deels veroorzaakt door de vermogensbelasting. Iedereen met een vermogen van boven 21.139 euro betaalt 1,2 procent vermogensbelasting. Om deze belasting en inflatie op te kunnen vangen, moeten spaarders 3.5 procent spaarrente ontvangen om gelijk te kunnen spelen.

Volgens een grote vergelijkingssite is deze spaarrentestand slechts bij zeven Nederlandse spaardeposito’s te behalen. Voorwaarde is dan wel dat er gedurende de looptijd van vijf tot tien jaar geen spaargeld wordt opgenomen.

Sparen
Zelf onderzoeken welke spaarbank de gunstigste spaarrentes te bieden heeft? Vergelijk spaarrentes voor een overzicht van alle spaarbanken in Nederland, met zowel langlopende als kortlopende spaardeposito’s. 

Door: Dennis de Wit