Nederlanders leveren graag privacy in voor korting


De helft van de Nederlanders wil graag meer informatie van zichzelf prijsgeven als daar een flinke korting op de inboedelverzekering tegenover staat. Dat blijkt uit onderzoek van Price Waterhouse Coopers. De uitslag is opmerkelijk, omdat Nederlanders meer gehecht zijn aan privacy dan inwoners van andere landen.

Bijhouden waar de verzekerde zich bevindt
De technologie is er al voor. Het verzamelen van gegevens van verzekerden is steeds eenvoudiger geworden. Door bijvoorbeeld een app te installeren op de smartphone, kan de verzekeraar bijhouden wie er thuis is en hoe vaak een verzekerde weg is. Het is informatie waar de verzekeraar graag voor betaalt, omdat het helpt de hoogte van de premie vast te stellen.

‘De helft van de Nederlanders’ mag dan wel veel lijken, maar in andere landen geven mensen hun privacy een stuk sneller op. In Zuid-Afrika en India bijvoorbeeld. Daar wil maar liefst 83 procent inschikken op de privacy, in ruil voor korting op de premie. Nu geven inboedelverzekeraars vooral nog korting als de beveiliging verbeterd wordt.

Vooral de jeugd wil meedoen
Jongere verzekerden geven hun privacy sneller op dan oudere verzekerden, denkt Price Waterhouse Coopers. Naar verwachting hebben jongeren minder bezwaar bij een verzekeraar die hun activiteiten in de gaten houdt. Dat komt volgens een onderzoek vooral doordat jongeren zijn opgegroeid met sociale media, waarop ze toch al delen waar ze zijn en wat ze doen.

In Engeland geven bijvoorbeeld autoverzekeraars al korting op hun premie als ze ’s nachts de auto laten staan. Dat kan dan worden gecontroleerd via een app. Niet alleen jongeren vinden dat prima, maar hun ouders zijn ook blij dat de kinderen ’s nachts niet op straat zijn.

Privacyinstanties
Privacyinstanties zullen naar verwachting niet blij zijn met verzekeraars als zij betalen om privacy op te geven. Nu wordt de privacy namelijk nog fel verdedigd. Maar het onderzoeksbureau verwacht dat de zo fel verdedigde privacy wankel blijkt, als er korting in het spel is.

Door: Riccardo de Wit